Staand want

Een staand want is een vistuig bestaande uit een van drijvers voorziene bovenpees
en een verzwaarde onderpees met daartussen één of meerwandig netwerk.
Het staand want wordt tenminste aan beide zijden op enigerlei wijze op de bodem verankerd.
Een staand want staat loodrecht op de bodem. Bij het droogvallen ligt het net plat op de bodem.

Staand want
Bron: Wageningen Imares

Kistenvisserij

Op en rond het IJsselmeer wordt nog door enkele
IJsselmeervissers gevist met kistjes.
Geaasd met (voornamelijk) spiering worden de kistjes
(in grote aantallen) aan lange lijnen uitgezet.
De aal komt op het aas af en kruipt in het kistje, door een klein stuk netwerk.
Eenmaal in het kistje kan hij er niet meer uit. 


Fuik

De fuik wordt ook wel staande fuik genoemd, bestaat uit een om hoepels
of raamwerk gespannen net, voorzien van één of meer inkelingen,
 aan de voorzijde al dan niet voorzien van één of meer vleugels.
De fuik wordt vastgemaakt aan in de grond geslagen stokken (staken).
Met deze fuik wordt zowel schubvis als aal gevangen.
Ook wordt er vaak met de (grote) fuik op spiering gevist. 

Fuik
Bron: Wageningen Imares

Hokfuik/kamer

Een hokfuik of kamer is een samenstel van één
of meer fuiken of open kamer met keel,
waarbij tussen de vleugels over enige afstand een net (schutwant)
is aangebracht om de uitwijkkans van de vis te verminderen.

Schietfuiken

Schietfuiken worden aan elkaar gekoppeld tot een lange rij en worden
op die manier tijdens het varen uitgeschoten.
De schietfuik heeft één vleugel, soms voorzien van een afdakje.
Omdat ze niet vaststaan heeft de eerste en grootste hoepel een
afgeplatte onderkant, zodat hij niet kantelt.
Aan het begin en verder om de tien tot vijftien stuks, wordt de
fuikenrij verzwaard met een bos zware kettingschalmen.
Zo blijven de fuiken op hun plaats.
Aan het begin en eind wordt een joon – een soort dobber van 2 tot 3 meter met vlaggetje –
uitgegooid, verbonden met een lijn aan de fuikenrij. 

Aalkub

Een aalkub is een kleine fuik zonder vleugels of schutwant die wordt opengehouden
door hoepels en 2 horizontaal geplaatste stokken, met minimaal twee inkelingen
al dan niet voorzien van aas en die veelal in een serie van enkele tientallen op een of 
andere manier aan een lijn op de bodem worden verankerd.

Hoekwant

Met de hoekwant wordt paling gevangen. Aan een lange lijn (de balk genoemd) zijn
om de 4 à 5 meter snoeren van ongeveer 2 meter bevestigd, waaraan de haken zitten.
Dit geheel heet de beug en bevindt zich op de bodem.
Tijdens het uitvieren (schieten) van de lijn wordt elk haakje met de hand
geaasd (vaak met spiering of wormen). ’s Nachts wordt de beug weer ingehaald. 

Hoekwant
Bron: Wageningen Imares

Zegen

De zegen is een vistuig dat bestaat uit een bovenlijn (bovenpees)
met drijvers en een, bijvoorbeeld met stenen, verzwaarde onderpees,
waartussen een netwerk is gespannen, al dan niet van een inkeling voorziene
uitstulping of zak. De zegen mag maximaal aan één zijde op enigerlei wijze
aan de bodem worden verankerd. De zegen wordt altijd, al dan niet met een vaartuig
rondgetrokken door het water, zodat er altijd iemand actief aanwezig is bij en met het vistuig.
De zegen wordt gebruikt voor het wegvangen van
(grote hoeveelheden) schubvis en voor het uitvoeren van visstandbemonsteringen. 

Staande netten

Staande netten hangen als een soort gordijn in het water.
Aan de bovenzijde zijn er drijvers aan bevestigd en aan de onderkant zijn deze netten verzwaard. 

Electrovisapparaat

Met een electrovisapparaat wordt gebruik gemaakt van elektrische stroom.
De vissen worden er tijdelijk mee verdoofd en kunnen dan gemakkelijk met
een schepnet uit het water worden gevist.
Deze vorm van visserij is positief selectief voor grotere vis.
Deze methode moet voldoen aan internationale richtlijnen.

Ankerkuil

Een ankerkuil is een trechtervormig net dat aan de voorzijde door een rechthoekig raamwerk,
scheerborden of horizontale bomen wordt opengehouden.
In de achterzijde zijn soms enige hoepels bevestigd.
Het net wordt in de stroom van de rivier gehangen en, om te voorkomen dat het met de
stroom wordt meegevoerd, wordt het net verankerd op de bodem
of aan een vissersschip, een schokker, bevestigd. 

Staande kuil

Een staande kuil is een trechtervormig net dat wordt opengehouden door palen,
al dan niet aan de bovenzijde voorzien van drijvers en een verzwaarde onderpees.
Het net is meestal voorzien van een keel.

Kruisnet of totebel

Een kruisnet of totebel bestaat uit een raamwerk bespannen met een net.
Aan de hoeken van het raam zijn beugels bevestigd, waarbij op het kruispunt
van deze beugels een lijn is bevestigd waarmee het net verticaal kan
worden bewogen vanaf een vaartuig of de wal.

Korf

Een korf bestaat uit een frame waar een netwerk of ander materiaal omheen is geknoopt,
met één of meerdere openingen met een inkeling.
De korf wordt op de bodem verankerd en al dan niet voorzien van aas.

Weer

Een weer is een V-vormige constructie waarvan de vleuken of vleugels zijn opgebouwd
uit tegen elkaar geplaatste takken of palen of een stelsel van palen en touw- of netwerk en
waarvan de punt van de V uitmondt in een kom of fuik.

Botnet

Een botnet wordt ook wel een keerwant genoemd, zoals gebruikt in de Waddenzee
is vrijwel identiek aan een weer, maar de fuik is permanent aanwezig.