Mossel- en oesterkor

Mosselen en oesters worden gevist met behulp van een 'kor'. Dit is een speciaal net, vergelijkbaar met een grote schep, dat de schelpdieren van de bodem afschept. Visserij vindt plaats op kleine mosselen en oesters die naar kweekpercelen in de kustwateren worden gebracht. Als ze groot genoeg zijn worden ze met dezelfde korren opgevist.

Mosselkor


Voor de mosselvisserij is een vergunning nodig.
Per vergunning mag maar 1 vaartuig worden ingezet. 
De mosselvisserij wordt vaak vergeleken met de akkerbouw.
 
Heeft de boer de grond nodig om er zijn gewassen te zaaien en te laten groeien,
zo heeft de mosselkweker percelen nodig waar hij het mosselzaad verspreidt en de daaruit groeiende mosselen kweekt.
(Mosselzaad zijn mosseltjes van ongeveer 1 centimeter groot).

Het mosselzaad wordt twee keer per jaar met korren uit
de Waddenzee en Zeeuwse wateren opgevist. 
Daarvoor gelden vastgestelde periodes en maximale hoeveelheden.
 
De percelen huurt de mosselkweker vervolgens van de Nederlandse staat en
deze zijn te vinden in de Waddenzee en de Oosterschelde.

Zodra de mosselen een grootte hebben van 4 à 5 cm. worden ze opgevist en uitgezet op andere percelen.

Wanneer de mosselen groot genoeg zijn voor consumptie worden
ze op de mosselveiling van Yerseke verkocht aan mosselhandelaren.
Op hun beurt zetten de mosselhandelaren de mosselen nog een
keer uit op zogenaamde verwaterplaatsen in de Oosterschelde. 
De mossel krijgt dan het predikaat "Zeeuwse Mossel".
De mosselen komen zo tot rust en ontdoen zich van zand en slib.

De mossel is een weekdier en leeft vooral in kustgebieden als de Waddenzee en Oosterschelde.

Bij de voortplanting in het voorjaar en de zomer komen er miljoenen
larven vrij die rondzwemmen in de kustgebieden en zeearmen.
Na ongeveer een maand begint de schelp zich te ontwikkelen
en zinkt het mosselzaad onder het gewicht van de schelp naar de bodem.
 
Met behulp van byssusdraden (ook wel de baard genoemd) hecht
het mosselzaad zich vast aan de zeebodem, aan voorwerpen of aan elkaar.
Het voedsel van de mossel bestaat uit planktonalgen die zij bemachtigen
door het langsstromende zeewater te filteren.

Wanneer de mosselen circa 4 tot 5 cm lengte hebben, worden ze 'halfwasmosselen' genoemd.

Na ongeveer twee jaar zijn de mosselen 6 tot 7 centimeter groot en geschikt
voor de verkoop als consumptiemossel. Vooral België is een grote afnemer,
maar ook in eigen land wordt de mossel steeds populairder bij de consument.
 
Video : De Mosselvisserij / kwekerij



Wonderklauw (handmatige kokkelvisserij) 

De ‘wonderklauw’ is het historische vistuig voor de kokkelvisserij. 
Het is een soort hark met een net eraan en wordt handmatig bediend.
De visser staat in het water en ‘hopt’ achteruit, waarbij de wonderklauw licht
over de boden schraapt en de kokkels het net in rollen.


Handkokkelvisserij

Een traditie van eigen bodem 
Als sinds de Middeleeuwen wordt in Nederland op kokkels gevist.
Sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw kennen we zowel de handmatige
kokkelvisserij als de kokkelvisserij met schepen.

Drie maanden per jaar
Als er voldoende kokkels liggen voor de vogels, mag er worden gevist. Het kokkelseizoen loopt jaarlijks
van eind augustus tot eind november. In deze drie maanden gaan de 37 vergunninghouders
met 22 schepen volgens een speciaal
visplan aan het werk. In het visplan staat hoe lang en waar er gevist mag worden.
Dit visplan is gebaseerd op het beheersplan, dat de sector in 
samenwerking met het ministerie van Landbouw, Natuur en Visserij opstelt.

Kokkelschepen
Kokkels komen vooral voor in de getijdenzones van de Westerschelde, Oosterschelde,
Zeeuwse Voordelta en de Waddenzee. Kokkelschepen zijn uitgerust met
speciale kokkelkorren waarmee de grotere kokkels van de bodem worden gehaald.

Kokkel culinair
Het grootste deel van de kokkelvangst gaat naar Spanje, Portugal en Italië.
De kokkel wordt verwerkt in gerechten als paella, bij pasta's of puur natuur als borrelhapje.


          
De Garnalen Visserij. 

De garnaal behoort tot de schaaldieren.
De gewone g
arnaal komt voor langs de kusten van
geheel West-Europa en in de Middellandse Zee.
De grootste concentraties garnalen worden echter aangetroffen in ondiepe kustwateren.
De Waddenzee is hier een voorbeeld van.

Vissers die de garnalenvisserij uitoefenen moeten in het bezit zijn van een speciale vergunning.
Voor de Waddenzee is dat een GK-vergunning
en voor de Noordzee en Zeeuwse kustwateren een GV-vergunning.
De garnalenvisserij wordt het hele jaar uitgeoefend.
Vooral in het voor- en najaar zijn de garnalen goed te vangen.

De garnalen worden (net als met de platvisvisserij) met de boomkor gevangen;
aan iedere kant van de kotter wordt dus een net voortgesleept.
Zodra de vangst aan boord is gehaald worden de
garnalen gewassen, gekookt en gekoeld.
Komt de kotter aan de afslag, dan worden de garnalen gekeurd, gezeefd,
gewogen en verkocht via de afslagklok.

De handelaar die de garnalen heeft gekocht laat de garnalen vervolgens pellen.
Dit gebeurt handmatig of door een pelmachine. Het handmatig pellen is echter
behoorlijk intensief, waardoor de prijs van de garnalen stijgt.
Een aantal Nederlandse handelaren hebben daarom in landen waar
de arbeidskosten minder hoog zijn pelateliers opgezet
waar de Nederlandse garnalen worden gepeld.
In deze ateliers gelden overigens dezelfde hoge hygiënische normen als in Nederland.

Eigenlijk draagt de garnaal de officiële naam Noordzeegarnaal of grijze garnaal.
De wetenschappelijke benaming is Crangon crangon.

De garnaal is grijsbruin van kleur, heeft een doorschijnend lichaam en wordt ongeveer 5 tot 7 cm. lang.
De leeftijd van de garnaal is 2 à 3 jaar.
In die tijd zorgt de garnaal voor heel veel jonge garnalen.

Het leefgebied van de garnaal hangt sterk af van de temperatuur van het water.
Zo voelt de garnaal zich thuis in warm water.
Daarom is de garnaal ‘s zomers ook dicht onder de kust te vinden,
omdat de zon het water hier op een lekker temperatuurtje brengt.

In de winter trekt de garnaal naar gebieden verder de zee in waar het water nog niet te veel is afgekoeld.
De garnaal is overdag te vinden in de zanderige bodem van de zee;
ingegraven wacht de garnaal tot het donker wordt om op zoek te gaan naar voedsel.
 
Video : Garnalenvissen met de UK 287